Huber Crommen Geelhand Barbaix

Vrijstelling erfbelasting inzake bosgronden beperkt tot bossen in Vlaanderen

| Nicolas Geelhand de Merxem

Op 20 oktober 2016 publiceerde Vlabel een nieuw standpunt inzake vrijstelling voor bossen (art. 2.7.6.0.3 VCF). Volgens Vlabel kan deze vrijstelling enkel worden toegepast indien de berokken bossen in het Vlaams Gewest zijn gelegen. Dit betekent dat de vrijstelling niet zal worden toegekend indien het betrokken bos in een ander Belgisch Gewest (bv. Wallonië) of in een ander land van de Europese Economische Ruimte gelegen is. Aldus zal een bos dat aan een overleden rijksinwoner toebehoort, maar dat net over de grens met Nederland is gelegen, geen vrijstelling kunnen genieten.

Vraag is of deze beperking wel strookt met het Europese beginsel van vrijheid van kapitaal. Volgens het standpunt zou dat het geval zijn omdat de beperking tot de Vlaamse bossen “verantwoord is door de bijzondere situatie en doelstellingen die Vlaanderen met de regeling nastreeft” met name “het bosareaal in Vlaanderen (te) beschermen tegen versnippering en teloorgang”. Het standpunt eindigt met de vaststelling dat “deze argumentatie (…) in het verleden (is) aanvaard door de Europese Commissie”.

Of de stelling dat “de situatie op het vlak van bossen in het Vlaamse Gewest anders is dan de situatie in andere landen van de EER” juist is, is zeer de vraag. Het verdwijnen van bossen in gans Europa is een vaststaand feit. Wikipedia zegt daarover het volgende:

Waarschijnlijk was 80 tot 90 procent van Europa ooit bedekt door bos. Het strekte zich uit van de Middellandse Zee naar de Noordelijke IJszee. Hoewel meer dan de helft van de oorspronkelijke bossen in Europa door ontbossing door de eeuwen is verdwenen, heeft Europa nog steeds meer dan een kwart van zijn grondgebied bedekt met bos, zoals de taiga van Scandinavië en Rusland, gemengde regenwouden van de Kaukasus en de kurkeikbossen in het westen van het Middellandse Zeegebied. De laatste tijd is de ontbossing vertraagd en zijn er veel bomen geplant. In veel gevallen betreft het echter monocultuur plantages van naaldbomen die het van oorsprong gemengde bos vervangen, omdat deze sneller groeien. De plantages bedekken nu uitgestrekte gebieden van het land, maar bieden een minder goede leefomgeving voor een groot aantal in Europese bossen levende organismen, die een mengsel van boomsoorten en gevarieerde bosstructuur vereisen. De hoeveelheid natuurlijke bossen in West-Europa is slechts 2 tot 3% of minder en in Europees Rusland 5 tot 10%. Het land met het kleinste percentage bebost gebied is IJsland (1%), terwijl het meest beboste land Finland (77%) is” (eigen klemtoon).

Dat de situatie van de bossen in Vlaanderen schrijnend is, is uiteraard een feit. Maar dat dit fors zou verschillen van de toestand in bij voorbeeld Nederland, is zeker niet het geval. De meeste landen kennen bovendien eveneens een vrijstelling van erfbelasting voor bossen en natuurgebieden die erop gericht is het in stand houden van de bossen te verzekeren (bv. art. 7.1 Nederlandse Natuurschoonwet; art. 793, 1, 3° en 2, 2° Franse Code Général des Impôts).

Wat de (niet-)strijdigheid met het Europese recht betreft, kan verwezen worden naar het arrest van het Hof van Justitie van 17 januari 2008 (C-256/06 inzake Jäger). De Duitse erfbelastingwet kent, naast andere voordelen, een verschil in waardering tussen de in Duitsland gelegen onroerende goederen (meer bepaald landbouwgronden en bossen) (10% van de marktwaarde) en de in het buitenland (in casu Frankrijk) gelegen onroerende goederen (100% van de marktwaarde). Het Hof oordeelde dat de vrijheid van kapitaalverkeer door deze regeling was geschonden.

N. Geelhand de Merxem

(standpunt nr. 16076 van 3 oktober 2016, gepubliceerd op 20 oktober 2016)