Huber Crommen Geelhand Barbaix

Uitkering uit een levensverzekeringspolis na de schenking van de polis aan de begunstigde: weldra geen erfbelasting

| Nicolas Geelhand de Merxem

Een vaak toegepaste techniek van successieplanning inzake roerende goederen is de schenking van alle rechten van een levensverzekeringspolis aan de begunstigde. De typische situatie is de volgende: een vader (verzekeringnemer) sluit een levensverzekeringspolis af (vaak een tak-23 verzekering) op zijn hoofd (verzekerde) in het voordeel van zijn kinderen (begunstigden). Vervolgens schenkt de vader alle rechten van de polis aan zijn kinderen. Daardoor worden de kinderen verzekeringnemer en begunstigden, en wordt het beding in het voordeel van een derde omgevormd in een beding ten behoeve van zichzelf. Een beding ten voordele van zichzelf is niet belastbaar in de erfbelasting (art. 2.7.1.0.6 VCF – oud art. 8 W.Succ.). Bij het overlijden van de vader wordt de uitkering aan de kinderen niet belast in de erfbelasting. Zodoende kan roerend vermogen zonder erfbelasting overgeheveld worden naar de volgende generatie. Daarbij is het volledig irrelevant dat de schenking van de polis in België werd geregistreerd of niet.

Tot voor kort erkende de federale fiscale administratie de onbelastbaarheid van de uitkering in de erfbelasting zoals hierboven vermeld. Doch de Vlaamse fiscale administratie (Vlabel) dacht er helemaal anders over en besliste dat, voor overlijdens te rekenen vanaf 1 maart 2016, deze uitkering wel belastbaar zou zijn in de erfbelasting. Dit standpunt, dat juridisch niet gerechtvaardigd is, lokte heel wat kritiek bij de commentatoren. Assuralia diende zelfs een verzoek bij de Raad van State in tot vernietiging van dit standpunt.

Gelet op dit hevige verzet trok minister Tommelein de zaak naar zich toe en in de Ministerraad werd zopas een “oplossing” voorgesteld. De uitkering uit de levensverzekering blijft belast in de erfbelasting, maar indien de schenking van de polis werd onderworpen aan de schenkbelasting, zal de belastbare basis in de erfbelasting mogen verminderd worden met de belastbare basis in de schenkbelasting. Indien de afkoopwaarde bij het verlijden van de notariële schenkingsakte 100 is, en de waarde van het uitgekeerde kapitaal bij het overlijden van de verzekerde 120 is, zal de erfbelasting dus slechts op 20 geheven worden. Kortom, er zou een nieuw abattement bij decreet worden gecreëerd. De nieuwe regeling zou wellicht begin 2017 in werking treden.

De bedoeling is het vermijden van dubbele belasting, het brengen van duidelijkheid en het herstellen van de rechtszekerheid.

Voor de praktijk betekent deze decretale wijziging dat de erfbelasting door middel van de schenking van een levensverzekeringspolis (voor een groot deel) enkel zal kunnen vermeden worden door het betalen van een “premie” van 3% of 7%. Goed nieuws dus voor de Belgische notarissen. Men neemt immers aan dat de schenking van een levensverzekeringspolis enkel kan geschieden bij notariële akte. Vermits die akte in België moet worden geregistreerd, heeft het niet veel zin meer om dergelijke akte in het buitenland te laten verlijden. Goed nieuws ook voor het Vlaams Gewest dat voortaan ook 3% of 7% zal kunnen innen op de schenkingen van levensverzekeringen.

Doch, naast het feit dat er andermaal (dit gebeurde immers onlangs ook met betrekking tot de schenking van effecten en gelden onder voorbehoud van vruchtgebruik) een nieuwe Vlaamse (schenk)belasting wordt ingevoerd, en wel op initiatief van een liberale minister, zijn er nog enkele theoretische beschouwingen. Vooreerst is de ratio legis volledig naast de kwestie. Wat is er gebeurd? Vóór 1 januari 2015 was de uitkering uit een aan de begunstigde geschonken levensverzekeringspolis vrij van successierechten, ongeacht of de polis bij Belgische (geregistreerde) akte was geschonken of niet. Vlabel stelt vervolgens dat die uitkering voortaan zal worden belast in de erfbelasting. De praktijk bekritiseert dit standpunt omdat het niet juridisch gerechtvaardigd is. Om deze “discussie op te lossen” wordt een “compromis à la belge” gesloten. Dit heeft niets te maken met dubbele belasting, duidelijkheid en rechtszekerheid. Indien Vlabel de vroegere (niet-gepubliceerde) administratieve beslissing terzake uitdrukkelijk had bevestigd, dan was er ook geen dubbele belasting, dan werd er ook duidelijkheid en rechtszekerheid gecreëerd. Een tweede bedenking is dat de strategie van Vlabel, en thans ook van de Vlaamse regering, duidelijk is: een schenking (gekoppeld aan een andere rechtshandeling) vermijdt de erfbelasting niet behalve wanneer ze in België geregistreerd is. Dit is immers thans het geval bij de gesplitste aankoop, de gesplitste inschrijving en de schenking van een levensverzekeringspolis aan de begunstigde. Een derde beschouwing is dat niet de minister de decreten maakt, maar het Vlaams parlement. Het is te hopen dat het Vlaams parlement inziet dat zijn taak er niet zonder meer in bestaat juridisch foutieve standpunten van Vlabel en “compromissen à la belge” van de Vlaamse regering in decreten om te zetten. Graag wat visie.

Ten slotte zal het nieuwe decreet wellicht in werking treden begin 2017. Op zich is dat geen punt. Veel belangrijker is dat de nieuwe regeling niet retroactief wordt toegepast. Dit zou betekenen dat de nieuwe, strengere regeling niet wordt toegepast op schenkingen die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe regeling hebben plaatsgevonden.

N. Geelhand de Merxem

(Tijd 15 oktober 2016).