Huber Crommen Geelhand Barbaix

Tarieven tussen vreemden in de Vlaamse erfbelasting weldra lager?

| Nicolas Geelhand de Merxem

Minister Tommelein heeft, voor de tweede maal, aangekondigd dat hij de tarieven inzake erfbelasting tussen broers en zusters en tussen verdere bloedverwanten en tussen niet-verwanten wil verlagen. Broers en zusters betalen tussen de 30% en de 65%. Verdere bloedverwanten en niet verwanten betalen tussen 45% en 65%. In dit laatste geval wordt het tarief bovendien toegepast op de som van de erfdelen van alle erfgenamen, waardoor men snel aan het hoogste tarief van 65% komt.

De vraag is alleen hoe dit alles moet worden gefinancierd, vermits een dergelijke hervorming budget-neutraal moet blijven. Deze groep erfgenamen is immers goed voor 720 miljoen euro inkomsten uit Vlaamse erfbelasting of meer dan de helft van de 1,3 miljard euro erfbelasting die door Vlabel in 2016 werd geïnd. Een deel wil de minister financieren met de opbrengst van de Vlaamse regularisatie (geraamd op 100 miljoen). Voor het overige is het koffiedik kijken.

Voor de broers en zusters, de verre bloedverwanten en de niet-verwanten is dat weer een goede zaak. Na de verlaging van de schenkingsrechten voor roerende goederen in 2004 (7% flat) en de verlaging van de schenkbelasting voor onroerende goederen in 2015 (tussen 10 en 40%), zou er nu ook een verlaging van de erfbelasting komen. Slachtoffer van dit alles zijn de “goede doelen”. Tot op heden worden de voornoemde hoge tarieven in de erfbelasting gemilderd door toepassing van het testamentaire duo-legaat. Deze techniek zal echter, ingeval van verlaging van de tarieven, niet of veel minder interessant worden. Vraag is dan hoe de goede doelen dit verlies aan werkingsmiddelen zullen opvangen.

N. Geelhand de Merxem

(De Tijd 23 maart 2017)