Huber Crommen Geelhand Barbaix

Pro memorie-vermelding in de aangifte nalatenschap? Bezint over de belastingverhoging voor u begint

| Ayfer Aydogan

Op 29 april 2021 heeft VLABEL het Standpunt nr. 19027 gepubliceerd over een onderwerp dat zeer belangrijk is voor de aangifte van nalatenschappen: de pro memorie -aangifte van goederen.

Het komt in de praktijk zeer vaak voor dat een goed na het overlijden wel wordt aangegeven maar niet wordt gewaardeerd. Daarvoor kunnen twee redenen zijn. Men is ofwel niet zeker dat het goed wel tot de nalatenschap gerekend moet worden (1), ofwel weet men dat wel zeker maar is de waarde onduidelijk. Daarom wordt het goed pro memorie aangegeven. Dit wordt over het algemeen begrepen als een aangifte aan nulwaarde.

Of dergelijke pro memorie -aangifte als een verzuim van aangifte moet worden gekwalificeerd dan wel als een tekortschatting van het goed, is betwist in de rechtsleer (zie hierover: J. DECUYPER en J. RUYSSEVELDT, Successierechten 2018-2019, Mechelen, Kluwer, 2019, nr. 2026 ev). VLABEL trancheert deze discussie in het recente Standpunt nr. 19027, en stelt dat ook een pro memorie -aangifte wel degelijk een aangifte is en dat er bijgevolg geen sprake kan zijn van een verzuim maar wel van een tekortschatting. Op grond van artikel 3.18.0.0.8 VCF zal een tekortschatting tot de heffing van aanvullende erfbelasting en belastingverhoging leiden.

Hoewel dit standpunt het voordeel van de eenvoud heeft, kan men zich afvragen of het wel aan de fiscale administratie toekomt om een lacune in de fiscale regelgeving in te vullen. In voorkomend geval, namelijk indien de belastingplichtige toch belang heeft bij een kwalificatie van de pro memorie -aangifte als verzuim in plaats van als tekortschatting (infra), zou de rechtmatigheid van dit Standpunt wel eens post factum (dus na de indiening van de aangifte) ter discussie kunnen worden gesteld.

De notaris of de adviseur die een pro memorie -aangifte overweegt, moet zich bovendien ante factum (dus vóór de indiening van de aangifte) afvragen of een tekortschatting wel tot het fiscaal meest optimale scenario leidt. Er zijn immers drie belangrijke gronden tot belastingverhoging in de Vlaamse erfbelasting (2):

  • laattijdige aangifte (art. 3.18.0.0.6 VCF);
  • verzuim aangifte actief in de nalatenschap (art. 3.18.0.0.7 VCF);
  • tekortschatting in aangifte (art. 3.18.0.0.8 VCF).

Er liggen in de afzonderlijke behandeling en begroting van deze gronden redenen om in bepaalde gevallen eerder voor de ene dan voor de andere belastingverhoging te ‘opteren’. Een voorbeeld ter verduidelijking:
De erflater laat aan zijn enig kind spaargelden ten belope van 250.000 euro na en vennootschapsaandelen. De waarde van de aandelen is niet duidelijk. Per hypothese blijkt die waarde achteraf 100.000 euro te zijn. De aangiftetermijn verstrijkt op datum X.

1e scenario -> art. 3.18.0.0.6 VCF: de aangifte wordt laattijdig ingediend, per hypothese binnen de maand na het verstrijken van de aangiftetermijn, met een correcte waardering van de aandelen.

  1. als er geen voorafgaand uitstel is verkregen, bedraagt de totale erfbelasting 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 5%, i.e. 2.325 euro
  2. als er wel voorafgaand uitstel is verkregen, bedraagt de totale erfbelasting 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 1%, i.e. 465 euro

2e scenario -> art. 3.18.0.0.7 VCF: de aangifte wordt tijdig ingediend maar de aandelen worden initieel niet aangegeven.

  1. als dit verzuim niet uit eigen beweging wordt rechtgezet, bedraagt de totale erfbelasting (19.500 + 27.000 =) 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 20% op de aanvullende erfbelasting van 27.000 euro, i.e. 5.400 euro
  2. als dit verzuim wel uit eigen beweging wordt rechtgezet, per hypothese binnen de maand na het verstrijken van de aangiftetermijn, bedraagt de totale erfbelasting (19.500 + 27.000 =) 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 1% op de aanvullende erfbelasting van 27.000 euro, i.e. 270 euro

3e scenario -> art. 3.18.0.0.8 VCF: de aangifte wordt tijdig ingediend maar de aandelen worden pro memorie aangegeven.

  1. als de tekortschatting niet uit eigen beweging wordt rechtgezet, bedraagt de totale erfbelasting (19.500 + 27.000 =) 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 20% (3) op de aanvullende erfbelasting van 27.000 euro, i.e. 5.400 euro
  2. als de tekortschatting wel uit eigen beweging wordt rechtgezet, per hypothese binnen de maand na het overlijden (4) , bedraagt de totale erfbelasting (19.500 + 27.000 =) 46.500 euro en zal er een belastingverhoging worden geheven van 10% op de aanvullende erfbelasting van 27.000 euro, i.e. 2.700 euro

Uit dit voorbeeld blijkt dat de belastingverhoging geoptimaliseerd kan worden door een berekende inschatting te maken van de uitkomst van de verschillende mogelijkheden. Als notaris of adviseur die de aangifte van een nalatenschap begeleidt, dient men zich hier bewust van te zijn.

Ayfer Aydogan

Voetnoten:

  1. Gaat het om goederen waarvan de verkrijging in hoofde van de erflater voorwaardelijk is, om eventuele rechten, om betwiste goederen, of om goederen waarvan de titel vernietigbaar is, dan gelden specifieke regels (zie daarover J. DECUYPER en J. RUYSSEVELDT, Successierechten 2018-2019, Mechelen, Kluwer, 2019, nr. 451 ev, nr. 458, nr. 459 en nr. 460; A. AYDOGAN, Handboek Vlaamse erfbelasting, Antwerpen, Intersentia, 2020, nr. 119 ev, nr. 123 ev, nr. 125 ev). In deze gevallen moeten de goederen al dan niet onmiddellijk worden aangegeven volgens de vermelde regels. Ten informatieve titel zou men daarbij kunnen melden dat het gaat om voorwaardelijk verkregen goederen, resp. eventuele rechten, resp. betwiste goederen resp. goederen waarvan de titel vernietigbaar is. De loutere vermelding “pro memorie” is in deze gevallen immers onvoldoende om uit te kunnen afleiden of de kwestieuze goederen tot één van deze categorieën behoort.
  2. Ook het niet indienen van de aangifte nalatenschap (art. 3.18.0.0.9 VCF) en de aanwezigheid van foute of onvolledige vermeldingen in de aangifte die niet als een verzuim, tekortschatting of niet-indiening kunnen worden beschouwd (art. 3.18.0.0.10 VCF) leiden tot belastingverhoging. Alle belastingverhogingen van de erfbelasting worden bovendien verhoogd tot 100% als de overtredingen zijn gepleegd met een frauduleus oogmerk (art. 3.18.0.0.15 VCF).
  3. Merk op dat de belastingverhoging 15% zou bedragen indien de aangifte van de aandelen aan 1 euro zou zijn gebeurd.
  4. Merk op dat de rechtzetting in dit geval dus niet start na het verstrijken van de gewone aangiftetermijn maar wel vanaf het overlijden.