Huber Crommen Geelhand Barbaix

Nieuw ontwerp Vlaams programmadecreet – erfbelasting

| Nicolas Geelhand de Merxem

In het Ontwerp van Vlaams programmadecreet bij de begroting 2021 (Parl.St. Vl. Parl. 2020-2021, nr. 513, nr. 1) staan ook drie geplande wijzigingen inzake erfbelasting.

Versoepeling in zake verzuim

Het stelsel inzake de belastingverhogingen voor verzuim (art. 3.18.0.0.7 VCF) wordt versoepeld. Thans bepaalt de VCF dat er ingeval van verzuim een belastingverhoging is van 20% van de verschuldigde aanvullende rechten. Kort na de inlijving van het Wetboek Successierechten in de VCF (in juli 2015) werd er reeds een belangrijke versoepeling aangebracht. Indien binnen de 10 maanden na het overlijden (of de start van de aangiftetermijn) uit eigen beweging een verzuimd goed in de aangifte alsnog wordt aangegeven, wordt de belastingverhoging gehalveerd en teruggebracht tot 10% van de verschuldigde aanvullende rechten.

Thans wordt voorgesteld nog verder te gaan. De zonet genoemde versoepeling wordt geschrapt en vervangen door een nieuwe regel. De (normaal toepasselijke) belastingverhoging (20%) wordt vervangen door een getrapte belastingverhoging die oploopt naarmate de maanden verstrijken. Een bijvoeglijke aangifte ingediend binnen de eerste maand leidt tot een verhoging van 1%, binnen de tweede maand een verhoging tot 2% en zo verder voor de eerste zes maanden. Een bijvoeglijke aangifte ingediend tussen de laatste dag van de zesde maand en de laatste dag van de tiende maand leidt tot een verhoging van 10%. De voorwaarde dat de bijvoeglijke aangifte uit eigen beweging moet gebeuren blijft behouden.

De bedoeling is de belastingplichtigen die wettelijk verplicht zijn een (volledige) aangifte in te dienen, aan te zetten tot het zo snel mogelijk verhelpen van een verzuim. Tevens wordt in de Memorie van Toelichting opgemerkt dat de rechtbanken thans ook gebruik maken van hun milderingsbevoegdheid om belastingverhogingen te verminderen. De geplande hervorming zal de tussenkomst van de rechtbank dus ook verminderen.

De nieuwe regeling geldt voor nalatenschappen opgevallen vanaf 1 januari 2021. Vermits het gaan om een versoepeling is het de vraag waarom de nieuwe regeling niet geldt vanaf 1 januari 1021, ongeacht of de nalatenschap voor of na die datum is opengevallen. De rechtszekerheid is hier niet in het gedrang.

De vraag rijst of er überhaupt belangrijke belastingverhogingen moeten opgelegd worden voor het verzuim van goederen die gekend zijn door Vlabel (bv. in België gelegen onroerende goederen of roerende goederen die meegedeeld worden door banken en verzekeringsmaatschappijen). In dat geval is er vrijwel nooit een intentie om een verzuim te plegen en vaak een vergetelheid of zelfs onwetendheid over het bestaan van die goederen.

Versoepeling inzake tekortschatting

Inzake tekortschatting bestond er reeds een getrapt systeem van belastingverhoging naargelang de omvang van de tekortschatting (art. 3.18.0.0.8 VCF) ( verhouding van het tekort in % ten opzichte van de aangegeven waarde van het goed). Ook in dit geval werd in juli 2015 een versoepeling aangebracht in die zin dat de twee hoogste percentages (15% en 20%) werden herleid tot 10% indien uit eigen beweging en binnen de tien maanden te rekenen vanaf het overlijden een meerwaarde werd aangegeven.

Andermaal wordt die versoepeling geschrapt en vervangen door een verfijnder systeem: de (normale) belastingverhoging wordt verminderd tot de helft van het percentage van de normaal verschuldigde aanvullende rechten.

Ook hier is het de bedoeling de aangevers aan te zetten tot een zo snel mogelijke bijvoeglijke aangifte van een meerwaarde.

De decreetgever haalt in de Memorie van Toelichting tweemaal de nieuwe regeling aan (toepasselijk op overlijdens vanaf 1 april 2019) die ertoe strekt dat ook aan Vlabel een voorafgaande schatting kan gevraagd worden. Daardoor kan de belastingverhoging wegens tekortschatting vermeden worden. De decreetgever maakt hier reclame voor een schatting door iemand die rechter en partij is. Dit is niet gezond. Erfgenamen die het ouderlijk huis willen verkopen en daar niet in slagen binnen de vier maanden te rekenen vanaf het overlijden (id quod plerumque fit), kunnen kiezen tussen een eigen schatting, een schatting door een door Vlabel aanvaarde deskundige (betalend) en door Vlabel zelf (gratis). In de laatste twee gevallen kan er in principe geen sprake zijn van een belastingverhoging. In het eerste geval wel. De vroegere (zeer logische en redelijke) praktijk en daarna tolerantie dat een spontane bijvoeglijke aangifte van een meerwaarde (blijkend uit de behaalde verkoopprijs) geen belastingverhoging met zich meebracht, werd immers voor nalatenschappen te rekenen vanaf 1 april 2019 geschrapt. Ten onrechte. De belastingplichtige wordt als het ware gedwongen om een schatting door Vlabel te vragen, zonder enige garantie van onpartijdigheid. Hij betaalt geen belastingverhoging, maar betaalt hij niet teveel erfbelasting tout court? Weliswaar heeft Vlabel recent beslist (Standpunt nr. 20024) dat de belastingplichtige in bezwaar kan tegen de schatting van de experten-schatting en van de schatting door Vlabel, maar Vlabel beslist over de gegrondheid ervan. Hij kan zelfs een ontheffing vragen indien het onroerend goed binnen de twee jaar aan een lagere prijs wordt verkocht, maar er is geen sprake van een automatisme. “Er moet vervolgens verder onderzocht worden op of de vraag gegrond is en of er effectief sprake is van een overbelasting”. De uiteindelijke beslissing wordt dus door Vlabel genomen.

Een ander pijnpunt is dat de belastingverhogingen ook van toepassing zijn bij aangifte van roerende goederen. Maar voor die goederen kan geen voorafgaande schatting gerealiseerd worden, noch door een erkende deskundige, noch door Vlabel zelf. Men denke aan aandelen van patrimoniumvennootschappen, kunstcollecties, enz. Ook een spontane aangifte na verkoop brengt geen soelaas.

Dit twee punten zijn wel een stap achteruit ten opzichte van de vroegere federale regeling en tolerantie.

Wat de inwerkingtreding betreft geldt wat hierboven voor het eerste punt is gesteld.

Verlaging van de intrestvoet

De intrestvoet inzake erfbelasting wordt verlaagd van 7% tot 4%.

Wie te laat de verschuldigde erfbelasting betaalt zal voortaan 4% intrest verschuldigd zijn.

Indien Vlabel zich heeft vergist en de onder voorbehoud betaalde erfbelasting moet terugbetalen, vermeerderd met intresten, zal dit voortaan ook maar 4% zijn. De belegging door het onder voorbehoud betalen van erfbelasting gevolgd door een procedure die na 4 of 5 jaar gewonnen wordt, zal in de toekomst dus minder interessant zijn.

Er werd geopteerd voor 4% en niet voor de wettelijke rentevoet (1,75% voor 2020) omdat 4% toch een incentive vormt voor de beide partijen om zo snel mogelijk aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Voor de belastingplichtige is dit duidelijk het geval. Vraag is of dit nog een voldoende incentive is om Vlabel ervan te weerhouden procedures uit te lokken die zij, objectief gezien, niet kan winnen. De fiscale kamer van het Hof van beroep te Gent is, net zoals de Raad van State, de laatste twee jaar stelselmatig bezig standpunten en voorafgaande beslissingen van Vlabel onwettig te verklaren. De in het ongelijk gestelde Vlabel (in werkelijkheid de Vlaamse burgers) betaalt de intrest met de glimlach.

Waar is de tijd dat de ontvanger der belastingen rekenplichtig was?

De nieuwe rentevoet is van toepassing te rekenen vanaf 1 januari 2021

Nicolas Geelhand de Merxem