Huber Crommen Geelhand Barbaix

Nieuw erfrecht onder de kerstboom

| Renate Barbaix

Naar alle verwachting zal de minister van Justitie morgen, 23 december 2016, op de ministerraad de geplande hervorming van het erfrecht bespreken.

Deze voorgenomen hervorming is de belangrijkste en de meest omvangrijke sedert enkele decennia. Er wordt gesleuteld aan eeuwenoude basisprincipes van het erfrecht, en ruimer van het familiaal vermogensrecht.

De hervorming beoogt het erfrecht moderner te maken en meer aangepast aan de noden van onze gewijzigde maatschappij.

Het heeft ook tot doel om bepaalde oude, maar problematische regels te wijzigen.

De voorgenomen hervorming kan in enkele krachtlijnen worden samengevat

Erfrecht in waarde

Een belangrijk deel van de hervorming betreft de omvorming van het huidige erfrecht in natura naar een erfrecht in waarde. Concreet wordt daarmee bedoeld dat wanneer een begiftigde tot inbreng of tot inkorting is gehouden, hij deze inbreng of inkorting principieel zal kunnen doen in waarde. Hij kan het geschonken goed zelf behouden, maar moet in de erfrechtelijke verrekening de waarde laten verrekenen van het geschonken goed. Dit kan gebeuren door minderneming op het uiteindelijke erfdeel of zelfs tot ‘terugbetaling’ van een deel of de gehele waarde van het goed.

Op deze wijze krijgt de begiftigde de zekerheid dat hij het geschonken goed zelf kan behouden. Dit zal een incentive vormen om aan het goed bijvoorbeeld verbeteringen aan te brengen of er investeringen in te doen, wat in het huidige recht wel eens een probleem kon vormen.

In het spoor van deze hervorming wordt ook het tijdstip van waardering van schenkingen integraal hervormd. Het huidige recht is een amalgaam van diverse, niet op elkaar afgestemde regels. In de toekomst zal de te verrekenen waarde van de schenking worden bepaald op het ogenblik dat de schenking gebeurt. Vanaf dat ogenblik is de begiftigde verantwoordelijk voor het behoud van deze waarde. Om de ongelijkheden uit te vlakken die verband houden met het tijdstip waarop de verschillende schenkingen gebeuren, en dus om de effecten van de inflatie op te vangen, zal de te verrekenen waarde wel worden geïndexeerd (index der consumptieprijzen).

Meer partijautonomie

De wetgever opteert voor een grotere partijautonomie. Dit uit zich op twee vlakken. Ten eerste bouwt de wetgever het bestaande verbod van erfovereenkomsten verder af. Erfovereenkomsten zullen in het toekomstige recht dus veel ruimer toegelaten zijn dan nu het geval is. Enerzijds zullen gezinnen een zogenaamd familie-pact kunnen sluiten en op deze wijze in een overeenkomst, gesloten voor het overlijden van de erflater, reeds een regeling kunnen vastleggen over de wijze waarop diens nalatenschap zal worden verdeeld. Uiteraard zijn garanties ingebouwd om te vermijden dat bepaalde erfgenamen daarbij onder druk zouden worden gezet. Anderzijds zullen ook overeenkomsten over specifieke goederen mogelijk zijn.

Ten tweede zal ook het dwingend erfrecht worden afgebouwd. De reserve van de ascendenten verdwijnt; de reserve van de afstammelingen wordt herleid tot de helft van de nalatenschap (juister: fictieve massa).

Wijziging van de positie van de langstlevende echtgenoot

Zowel op het vlak van het huwelijksvermogensrecht als van het erfrecht komen er belangrijke wijzigingen omtrent de positie van de langstlevende echtgenoot.

Huwelijksvermogensrechtelijk trekt de wetgever volop de kaart van de vermogensrechtelijke solidariteit tussen echtgenoten, door ook in een stelsel van scheiding van goederen te voorzien in een finale verrekening van de aanwinsten (dit is het vermogen dat de echtgenoten tijdens het huwelijk opbouwen, anders dan door erfenis, schenking of testament). Weliswaar kunnen de echtgenoten deze eindafrekening contractueel uitsluiten, maar zelfs dan kan de rechter een billijke compensatie toekennen.

De wetgever trekt de lijn van het onderscheid tussen aanwinsten en niet-aanwinsten door in het erfrecht. De langstlevende echtgenoot zal voortaan enkel aanspraak maken op het vruchtgebruik van de aanwinsten; de niet-aanwinsten, met desgevallend uitzondering van de gezinswoning, komen in volle eigendom aan de afstammelingen toe. Enkel de gezinswoning komt in vruchtgebruik aan de langstlevende echtgenoot toe. In samenloop met andere bloedverwanten dan afstammelingen krijgt de langstlevende echtgenoot de volle eigendom van de aanwinsten en een vruchtgebruik op de niet-aanwinsten.

Tot slot wordt ook de reservebescherming van de langstlevende echtgenoot consistenter gemaakt en verdwijnen de huidige ontervingsmogelijkheden in geval van echtelijke moeilijkheden.

De voorgenomen hervorming zal wellicht binnen enkele maanden worden ingediend in het parlement.

Geschat wordt dat de hervorming afgekondigd zal worden in de loop van 2017.

De wetgever zal de notariële praktijk voldoende tijd geven om zich de nieuwe principes eigen te maken, wat impliceert dat de nieuwe regels pas na verloop van enige tijd ook effectief in werking zullen treden.

Het mag duidelijk zijn dat deze hervorming een belangrijke impact zal hebben in de dagdagelijkse familiaal vermogensrechtelijke praktijk.

De hervorming zal zelfs een impact hebben op de vermogensplanningen die al zijn uitgevoerd.

Het spreekt vanzelf dat wij dit verder op de voet volgen. Het kantoor was overigens van zeer nabij betrokken bij de hervormingen. Barbaix is één van de experten in de expertengroep die minister Geens ter zake heeft geadviseerd.

R. Barbaix