Huber Crommen Geelhand Barbaix

Inbreng in het gemeenschappelijk vermogen gevolgd door een schenking

| Nicolas Geelhand de Merxem

Op 29 oktober ll. publiceerde Vlabel een voorafgaande beslissing nr. 19044 (dd. 30 september 2019) over een inbreng in het gemeenschappelijk vermogen gevolgd door een schenking.

De verrichting wordt niet als fiscaal misbruik beschouwd. Gelet op de chronologie van de verrichtingen en gelet op de aangehaalde motivering blijkt dat er geen sprake is van eenheid van opzet.

De vraag is echter of er überhaupt sprake is van “fiscaal misbruik” bij een dergelijke verrichting.

Immers, het fiscaal misbruik steunt op de combinatie tussen de inbreng en de schenking enerzijds en de eenheid van opzet anderzijds. Het gaat dus per hypothese om een (subjectief en objectief) geheel van rechtshandelingen.

Maar niet alle rechtshandelingen worden door de belastingplichtige (de kinderen) gesteld. De kinderen zijn wel contractspartij bij de schenking, maar zijn geen partij bij de inbreng van het onroerend goed in het huwelijkscontract.

Derhalve kunnen zij niet medeplichtig zijn aan het “geheel van rechtshandelingen” en kan het fiscaal misbruik niet toegepast worden.

Nicolas Geelhand de Merxem