Huber Crommen Geelhand Barbaix

Inbreng door een echtgenoot van een (on)roerend goed in het gemeenschappelijk vermogen en schenking door de twee echtgenoten

| Nicolas Geelhand de Merxem

Gelet op de progressiviteit van de tarieven in de schenkbelasting voor onroerende goederen is het voordeliger met twee te schenken dan alleen. Meer bepaald is het voordeliger dat twee ouders met twee schenken aan hun twee kinderen dan één ouder alleen. Stel een ouder heeft een onroerend goed van 500.000 euro. Indien hij alleen schenkt aan de twee kinderen kost deze schenking 27.000 euro. Door dit onroerend goed eerst in het gemeenschappelijk vermogen in te brengen en vervolgens het onroerend goed te schenken (door de twee ouders) aan de twee kinderen, bedraagt de fiscale kostprijs slechts 15.000 euro.

Zowel de federale als de Vlaamse fiscale administratie zijn van oordeel dat deze constructie een fiscaal misbruik uitmaakt en hebben deze constructie op de zogenaamde “zwarte lijst” geplaatst. In dat geval moeten de belastingplichtigen aantonen dat er afdoende niet-fiscale motieven zijn om vooraf het onroerend goed in het gemeenschappelijk vermogen in te brengen. Er zijn al heel wat voorafgaande vragen gesteld aan de Vlaamse “rulingdienst” in verband met deze constructie. Wanneer er een (te) korte tijdspanne bestaat tussen de inbreng en de schenking is er volgens Vlabel fiscaal misbruik. In het overgrote deel van de gevallen oordeelt Vlabel bovendien dat de aangevoerde civielrechtelijke motieven niet afdoende zijn. Volgens ons zijn er echter wel civielrechtelijke motieven die een voorafgaande inbreng rechtvaardigen.

Let wel, wanneer de inbreng is gebeurd vóór 1 juni 2012 (datum van de inwerkingtreding van het principe van het fiscaal misbruik in de erf- en schenkbelasting), kan er van fiscaal misbruik geen sprake zijn. De beide onderdelen van de constructie (inbreng en schenking) moeten hebben plaatsgevonden na 31 mei 2012.

Voorts maakt het niet uit of de inbreng van het goed in een volwaardig gemeenschappelijk vermogen geschiedt, dan wel in een (in allerijl) toegevoegd intern gemeenschappelijk vermogen.

Eén en ander wordt in twee recente voorafgaande beslissingen door Vlabel bevestigd.

N. Geelhand de Merxem

(VB nr. 16060 dd. 21.12.1016 en VB nr. 16061 ddd. 21.12.2016, beide gepubliceerd op 16.01.2017).