Huber Crommen Geelhand Barbaix

“Ik opa”-Testament of doorgeefschenking?

| Nicolas Geelhand de Merxem

Jan heeft een onroerend vermogen van 1 miljoen euro. Hij heeft een zoon Dirk en drie kleinkinderen.

Indien Jan geen successieplanning doorvoert, zal zijn zoon Dirk 222.000 euro erfbelasting betalen.

Als Jan een testament maakt waarin hij zijn ganse nalatenschap aan Dirk legateert onder last om bij diens overlijden aan elk van zijn kinderen een bedrag te betalen, waarvan de blote eigendom bij het overlijden van Jan 250.000 euro bedraagt, bekomt elke afstammeling fiscaal een waarde 250.000 euro en bedraagt de erfbelasting in totaal slechts 78.000 euro. Van fiscaal misbruik kan geen sprake zijn vermits de rechtshandeling niet uitgaat van de belastingplichtigen. Bovendien ondervindt Dirk geen enkele hinder, vermits hij de ganse nalatenschap bekomt en er levenslang vrij over mag beschikken.

Wanneer Dirk overlijdt bevat zijn nalatenschap (per hypothese) 1 miljoen goederen en een schuld die kan oplopen tot het dubbele van 750.000 euro. De schuld is geen schuld in de zin van art. 2.7.3.4.4 VCF en is dus aftrekbaar in de erfbelasting. Indien Dirk zelf geen (substantieel) vermogen heeft, betalen zijn drie kinderen geen erfbelasting bij het overlijden van hun vader.

Besluit: het vermogen van 1 miljoen euro wordt (op 78.000 euro na) intact gehouden tot en met de derde generatie, zonder dat de tweede generatie daar hinder van ondervindt.

Zo’n testament kost bij de notaris nog geen 1.000 euro.

Men heeft echter de mond vol over de “doorgeefschenking” alsof dit “het” fiscaal successieplanningsinstrument bij uitstek zou zijn. Bij een doorgeefschenking-techniek verzuimt Jan om tijdens zijn leven bij de notaris raad te vragen. Hij plant (ten onrechte) niets. Zijn zoon betaalt zoals gezegd 222.000 euro erfbelasting. Zodoende blijft er daags na het overlijden van Jan nog maar 778.000 euro over. Dirk kan evenwel een deel of het geheel van die 778.000 euro schenken aan zijn drie kinderen. Maar hij moet dit doen binnen het jaar na het overlijden van Jan. Die schenking is (tot op een zekere hoogte) gratis. Dat levert een besparing op van maximaal 45.540 euro. Maar Dirk verliest echter elke beschikkingsbevoegdheid over de geschonken goederen.

Kortom, de doorgeefschenking levert een kleine besparing op en het vermogen dat aan de derde generatie toekomt is fel geslonken. Bovendien moet de tweede generatie afstand doen van haar beschikkingsbevoegdheid.

Moet er nog zand zijn?

Nicolas Geelhand de Merxem