Huber Crommen Geelhand Barbaix

Het toepassen van een “Casman-clausule” is geen fiscaal misbruik (althans volgens een besluit van het CSW) : de gevolgen.

| Katrin Somers

Een Casman-clausule is een clausule in een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschappelijk vermogen waardoor het gemeenschappelijk vermogen voor het geheel in volle eigendom toebedeeld wordt aan de langstlevende echtgenoot, onder last om een bedrag schuldig te erkennen aan de nalatenschap van de eerstoverleden echtgenoot. Dit bedrag is gelijk aan de waarde van de netto-helft van het gemeenschappelijk vermogen. Vaak wordt de betaling pas opeisbaar gesteld bij het overlijden van de langstlevende echtgenoot en wordt er een intrest bedongen.

Deze clausule biedt een comfort aan de langstlevende echtgenoot dat nagenoeg even groot is als bij een “verblijving” van het ganse gemeenschappelijk vermogen in volle eigendom. De fiscale kostprijs (erfbelasting) is, voor de twee overlijdens berekend, daarentegen veel lager.

Vandaar dat deze clausule sedert 1995 een veelvuldige toepassing kende, die enkel werd afgezwakt door de invoering van de vrijstelling van het aandeel van de langstlevende echtgenoot in de gezinswoning. In dat geval is de Casman-clausule niet interessant, integendeel.

Lange tijd heeft de federale fiscale administratie (en zelfs de federale minister van Financiën) de civielrechtelijke en fiscale werking van deze clausule aanvaard. In 2013 werd de clausule echter door de federale Dienst voorafgaande beslissingen (DVB) als een fiscaal misbruik gekwalificeerd. Deze kwalificatie was niet gerechtvaardigd en lokte protest uit bij de commentatoren. Niettemin aarzelden vele notarissen om deze clausule nog te adviseren.

Toen Vlabel op 1 januari 2015 het roer van de erfbelasting overnam, beschouwde zij de Casman-claulsule eveneens als een fiscaal misbruik. Door een standpunt van nr. 16053 van 13 juni 2016 onder de titel “Ouderlijke boedelverdeling en verblijvingsbedingen en keuzebedingen met last”, gepubliceerd op 7 juli 2016, werd de Casman-clausle voor een deel in ere hersteld. De huidige fiscale regeling is echter nadeliger dan de toenmalige federale regeling.

Door een Brusselse notaris werd aan het Comité voor Studie en Wetgeving van het Belgisch Notariaat (CSW) de vraag gesteld of een Casman-clausule wel een fiscaal misbruik uitmaakt. Op een vergadering van 17 december 2016 heeft de plenaire vergadering van dit Comité met unanimiteit (minus drie onthoudingen) beslist “dat gelet op de burgerrechtelijke en fiscale principes er bij de toepasssing van de Casman clalusule, inhoudende de toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen met last, geen sprake kan zijn van een fiscaal misbruik”.

Een besluit van het CSW heeft uiteraard geen verbindende kracht, maar is wel gezaghebbend.

Het besluit is vooral van belang voor de Brusselse en Waalse rijksinwoners die nog onderworpen zijn aan de voorafgaande beslissing uit 2013. Maar ook voor de Vlaamse rijksinwoners is deze uitspraak van belang. Het voormelde standpunt van Vlabel steunt immers nog voor een deel op de voorafgaande beslissing van 2013. Het is dus niet uitgesloten dat Vlabel, gelet op dit besluit van het CSW, beslist om terug te keren naar de federale administratieve beslissingen van vóór 1 juni 2012.

K. Somers

(CSW, dossier 4413, “Maakt de clausule van toebedeling van het gemeenschappelijk vermogen met last een fiscaal misbruik uit”)