Huber Crommen Geelhand Barbaix

Erfbelasting. Geldigheid van het standpunt over de gesplitste inschrijving betwist voor de Raad van State

| Nicolas Geelhand de Merxem

De Tijd van 21 juni 2016 meldt dat er bij de Raad van State een procedure is ingesteld om de nietigheid van het nieuwe standpunt over de “gesplitste inschrijving” te vorderen.

Dit nieuwe standpunt bepaalt dat te rekenen vanaf 1 juni 2016 elke schenking door een Vlaamse rijksinwoner van gelden of effecten met voorbehoud van vruchtgebruik in België moet geregistreerd worden aan 3% of 7%. Zo niet zullen de geschonken goederen bij het overlijden van de schenker belast worden in de erfbelasting en dit aan een veel hoger tarief (3% à 27% of 30% à 65% of 45% à 65%).

Dit standpunt strookt echter niet met de letter van de wet. Die beperkt de heffing van de erfbelasting tot de hypothese van de “bedekte bevoordeling”. In casu is er een openlijke schenking, die evenwel niet in België geregistreerd wordt.

Dit standpunt strookt ook niet met de geest van de wet. Die wilde de heffing van erfbelasting beperken tot de overdracht van gelden of effecten door het feit zelf van de inschrijving op een vruchtgebruik/blote eigendom-rekening. Wanneer de vermogensverschuiving haar oorzaak vindt in een voorafgaande openlijke schenking, is deze fictiebepaling (art. 9 (oud) W.Succ., thans art. 2.7.1.0.7 VCF) niet van toepassing, maar desgevallend wel een andere fictiebepaling (art. 7 (oud) W.Succ., thans art. 2.7.1.0.5 VCF).

N. Geelhand de Merxem

(De Tijd, 21 juni 2016)