Huber Crommen Geelhand Barbaix

De hervorming van de Vlaamse erfbelasting – vervolg

| Nicolas Geelhand de Merxem

In een vorig nieuwsbericht (24 februari 2018) werden reeds de meest opvallende punten van de hervorming van de Vlaamse erfbelasting toegelicht.

Thans zijn er uitgewerkte teksten beschikbaar (Nota aan de Vlaamse Regering, Voorontwerp van decreet tot modernisering van de erfbelasting, aangepast aan het nieuwe erfrecht en de daarbij horende Memorie van Toelichting - VR 2018 0203 DOC.0159/3TER). Eén en ander verdient een uitgebreide en diepgaande bespreking. We beperken ons voorlopig tot de opsomming van de punten die niet aan bod kwamen in het vorig nieuwsbericht.

Deze punten zijn het resultaat van de aanpassing van de (meer technische aspecten van de) VCF aan de nieuwe erfwet.

A. De aangebrachte wijzigingen :

1. Het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot bij schenking onder voorbehoud van vruchtgebruik door de andere echtgenoot

Enerzijds wordt het zogenaamde “voortgezet” vruchtgebruik belast in de erfbelasting. Anderzijds wordt het beding van terugval uit het toepassingsgebied van art. 2.7.1.0.3, 3° VCF (oud art. 4,3° Vl.W.Succ.) gelicht. Dit betekent concreet dat, wanneer bij de schenking met voorbehoud van vruchtgebruik een beding van terugval wordt bedongen, de langstlevende echtgenoot op het terugvallend vruchtgebruik zal belast worden in de schenkbelasting. Is er geen beding van terugval dan is er heffing in de erfbelasting op dit vruchtgebruik (aanpassing aan de art. 2.7.1.0.2 en 2.7.1.0.3, 3° VCF).

2. Art. 2.7.3.2.7 lid 2 VCF wordt geschrapt

3. De aanrekening van het abattement voor gehandicapte personen in de erfbelasting (art. 2.7.3.2.12, §2, lid 1 VCF)

Hier worden de woorden “eerst toegerekend op zijn netto onroerend aandeel” vervangen door de zinsnede “eerst toegerekend op zijn overeenkomstig artikel 2.7.4.1.1, §2, derde lid, of artikel 2.7.6.0.6 niet vrijgestelde gedeelte van het netto onroerend aandeel”. Deze wijziging houdt verband met de nieuwe vrijstelling voor wezen met betrekking tot hun aandeel in de gezinswoning.

4. De aanpassing van de verminderingen van art. 2.7.5.0.1, §1 VCF

Gelet op de wijzigingen van het tarief voor de groepen 2 (broers en zussen) en 3 (alle andere personen) dienen de verminderingen voor deze groepen ook te worden aangepast.

5. De vermelding van niet-geregistreerde schenkingen in een erfovereenkomst (aanpassing art. 2.8.1.8.1 VCF)

In een globale erfovereenkomst dienen alle schenkingen te worden vermeld waaronder de partijen “een streep willen trekken”. Dit geldt ook voor niet geregistreerde schenkingen uit het verleden (hand- en bankgiften, schenkingen voor buitenlandse notaris). Niet-geregistreerde schenkingen, vermeld in een erfovereenkomst, zullen niet belast worden aan het evenredig recht. Tenzij wanneer partijen te kennen geven in de akte dat de vermelding van een dergelijke schenking wel tot bewijs strekt voor de toepassing van de schenkbelasting.

6. De concrete uitwerking van de gedeeltelijke vrijwillige erfenissprong (nieuw art. 2.8.6.0.9 VCF)

In het vorige nieuwsbericht over de hervorming werd reeds gemeld dat een gedeeltelijke vrijwillige erfenissprong in de toekomst mogelijk zou zijn. Thans wordt duidelijk gemaakt hoe dat praktisch zal worden gerealiseerd. De verkrijgers van groep 1 die een erfdeel of legaat verkrijgen kunnen, binnen het jaar na het overlijden van de erflater, de verkregen goederen of de tegenwaarde ervan bij notariële akte schenken aan één of meer van hun afstammelingen (of daarmee gelijkgestelden). Die schenking wordt vrijgesteld van schenkbelasting. De vrijstelling geldt tot een bepaald plafond en kan niet slaan op onroerende goederen die geen deel uitmaakten van de verkrijging. Daarnaast gelden nog een aantal inhoudelijke en formele voorwaarden.

7. Vermeldingen in de aangifte van nalatenschap (aanpassing art. 3.3.1.0.8, §1, eerste lid VCF)

In de aangifte van nalatenschap moeten nieuwe gegevens worden vermeld en er moeten ook nieuwe documenten worden bij gevoegd, te weten :

  • Globale erfovereenkomst;

  • Verkrijging van “voortgezet” vruchtgebruik;

  • Schenkingen, levensverzekeringen en legaten die aan inbreng of inkorting zijn onderworpen.

8. Toepassing in de tijd

Het decreet treedt in werking op 1 september 2018 aldus samen met de nieuwe erfwet en de nieuwe huwelijksvermogenswet.

B. Wat niet (decretaal) geregeld wordt​ :

  1. De gelijkschakeling van stiefkleinkinderen met “biologische” kleinkinderen;

  2. Het gelijktrekken van de waardering van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot op civielrechtelijk vlak en op fiscaal vlak;

  3. De belasting van het finaal verrekenbeding.

C. Beoordeling :

De twee inhoudelijke aanpassingen (belasting van de terugval van vruchtgebruik in de schenkbelasting en niet meer in de erfbelasting én de niet-belasting van de vermelding van niet geregistreerde schenkingen in een globale erfovereenkomst) zijn een zeer goede zaak.

De drie niet decretaal geregelde punten blijven een pijnpunt. Dit geldt vooral voor de belasting van het finaal verrekenbeding. Die zal immers tot gevolg hebben dat dit nieuwe conventioneel stelsel (scheiding van goederen met verrekening van aanwinsten) fiscaal zal worden afgestraft en derhalve dode letter zal blijven. Nochtans stelt de Vlaamse Regering dat zij alleszins geen hinderpaal wil zijn voor de civielrechtelijke hervormingen.

(VR 2018 0203 DOC.0159/3TER)

N. Geelhand de Merxem