Huber Crommen Geelhand Barbaix

Art. 17 Vl.W.Succ. (thans art.2.7.5.0.4 VCF) is strijdig met de art. 10, 11 en 172 van de Grondwet – Wat gaat Vlaanderen doen?

| Nicolas Geelhand de Merxem

In een arrest van 3 juni 2021 (nr. 7376) oordeelt het Grondwettelijk Hof dat artikel 17 Vl.W.Succ. (thans art.2.7.5.0.4 VCF) strijdig is met de art. 10, 11 en 172 van de Grondwet. Meer bepaald zegt het Hof dat “het verschil in behandeling dat voortvloeit uit artikel 17 van het Wetboek der successierechten, al naargelang de erfbelasting betrekking heeft op onroerende dan wel roerende goederen, (niet) berust op een pertinent criterium van onderscheid”.

Het Hof doet geen uitspraak over art. 2.7.5.0.4 VCF omdat het over een nalatenschap ging die vóór 1 januari 2015 is opengevallen.

Maar wat het Hof over art. 17 Vl.W.Succ. heeft gesteld, geldt evenzeer voor art. 2.7.5.0.4 VCF. De inhoud van de beide bepalingen is immers identiek. En dus is er in de twee gevallen een ongeoorloofde discriminatie.

In de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement van 9 juni ll. werd aan de minister van Financiën de vraag gesteld wat hij van plan was te doen “voor het verleden” en “voor de toekomst” (vraag nr. 666 (2020-21) van de heer M. Vande Reyde).

De minister stelt eerst dat het wel uitzonderlijk is dat een land op roerende goederen een erfbelasting heft bij niet-inwoners en dat de impact van het arrest dan ook redelijk beperkt zal zijn.

Hij is geen voorstander van de oplossing die erin bestaat de discriminatie op te lossen door de vermindering van art. 2.7.5.0.4 VCF te schrappen.

Daarop wordt de vraag gesteld of de belastingplichtigen die in het verleden teveel erfbelasting hebben betaald, retroactief recht kunnen hebben op een terugbetaling ervan. Omwille van de rechtszekerheid.

De minister stelt dat hij één en ander nog moet onderzoeken.

Met rechtszekerheid heeft dit echter weinig te maken. Art. 17 W.Succ. is “onrechtvaardig” en de overeenkomstige toepassing ervan is niet strijdig met de rechtszekerheid van de belastingplichtige. De belastingplichtige wist dat hij op sommige buitenlandse roerende situs-goederen tweemaal moest betalen. Nu blijkt dat niet nodig te zijn geweest.

Nicolas Geelhand de Merxem