Huber Crommen Geelhand Barbaix

Afstand vruchtgebruik : schenking als beheer te zwaar voor de vruchtgebruiker?

| Nicolas Geelhand de Merxem

Een weduwe (86 jaar oud) wenst zuiver een eenvoudig afstand te doen van het vruchtgebruik dat zij bezit op verschillende huizen en één appartement. Het vruchtgebruik werd deels verkregen uit de nalatenschap van haar echtgenoot en deels voorbehouden bij de schenking in blote eigendom door haar aan de gemeenschappelijke kinderen.

Deze onroerende goederen zijn aan dringende en noodzakelijke herstellingswerken toe. Het gaat om grote verbouwingswerken “die niet enkel ten laste vallen van de vruchtgebruikster, onder haar verplichting te voorzien in de onderhoudskosten, wegen de kosten alsnog te zwaar op tegen het beperkte genot zat zij nog heeft van de onroerende goederen” (eigen klemtoon).

De vraag rijst welke registratiebelasting op deze afstand verschuldigd is.

De afstand van het vruchtgebruik dat was voorbehouden bij de schenking valt onder de vrijstelling van art. 2.8.6.0.1, eerste lid, 1° VCF, omdat toen schenkbelasting geheven werd op de volle eigendom. Dat is inderdaad zo.

“Voor wat de verzaking aan het erfrechtelijk vruchtgebruik betreft kan artikel 2.8.6.0.1, eerste lid, 1° VCF niet worden toegepast. Daarom zal de verzaking aan het erfrechtelijk vruchtgebruik onderworpen worden aan de schenkbelasting als kan worden aangetoond dat er animus donandi aanwezig is. De aanvrager toont niet aan dat de voorgenomen verrichting ingegeven is door andere dan fiscale motieven. De loutere verklaring dat de lasten van het vruchtgebruik te hoog zijn omdat de goederen aan dringende en noodzakelijke renovatiewerken toe zijn, wordt niet weerhouden als valabel niet-fiscaal motief. In casu is er sprake van herstellingen die in de geest van de artikelen 605 en 606 Burgerlijk Wetboek ten laste blijven van de blote eigenaars. Mevrouw X is slechts verplicht de herstellingen tot onderhoud te doen. De verzaking aan het vruchtgebruik door mevrouw X is dus niet noodzakelijk om de blote eigenaars toe te laten de nodige werken uit te voeren”.

Vlabel stelt dat de aanvrager moet aantonen dat de voorgenomen verrichting niet ingegeven is door andere dan fiscale motieven. M.a.w. Vlabel legt de bewijslast op aan de aanvragers. Dit is m.i. niet juist. Een zuivere en eenvoudige afstand van een recht is in principe onderworpen aan het algemeen vast recht, tenzij Vlabel aantoont dat er een schenking en dus een animus donandi is (zie voorafg.besl. nr. 16050 dd. 14.11.2016). Vlabel spreekt verder over het aantonen dat de voorgenomen verrichting is ingegeven door andere dan niet-fiscale motieven. Maar dat is hier m.i. niet aan de orde. De enige vraag is of de 86-jarige weduwe afstand doet met begiftigingsinzicht of niet. In het notariaat werd vroeger wel eens gesteld dat het beheer van (on)roerende goederen voor een vruchtgebruiker of leeftijd te zwaar kan zijn en dat de afstand van het vruchtgebruik dan ook niet uit vrijgevigheid geschiedt, maar om verlost te worden van al die beslommeringen. Dit was m.i. hier zeker het geval. Het is niet omdat de blote eigenaars de grondige renovatie moeten betalen en dragen, dat er door de 86-jarige vruchtgebruiker geen beheer moet gevoerd worden. Het beheer ligt immers juridisch bij de vruchtgebruiker. Zij moet die werken op de voet volgen. Bovendien vielen niet alle renovatiewerken onder de art. 605-606 B.W. Ten slotte zouden er geen opbrengsten zijn gedurende een lange periode. De weduwe zou dus een deel van de renovatiekosten moeten betalen, maar gedurende lange tijd geen inkomsten meer hebben. M.i. is het duidelijk dat er voldoende andere motieven aanwezig zijn dan het vrijgevigheidsinzicht. Het door Vlabel te leveren bewijs dat er hier een schenking voorhanden is, is m.i. niet geleverd.

N. Geelhand de Merxem

Voorafg.besl. nr. 17001 dd. 23.01.2017, gepubliceerd op 2 februari 2017.