Bv cvba HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

Wanneer wordt een aangifte in de personenbelasting als tijdig ingediend beschouwd?

Op 28 juni 2011 had een belastingplichtige zijn aangifte in de personenbelasting voor aanslagjaar 2011 per gewone post verzonden aan de Administratie. Evenwel stelde de Administratie dat zij deze aangifte had ontvangen op 25 juli 2011, terwijl de uiterste indieningsdatum 30 juni 2011 was.

 

 

Doordat de aangifte volgens de Administratie laattijdig was ingediend, kondigde zij aan dat de aanslag ambtshalve zou worden gevestigd. Hierbij werd toepassing gemaakt van de minimum belastbare grondslag van artikel 342, §3 WIB 1992. Dit betekent dat de belasting werd geheven op basis van een forfaitaire minimumwinst van 19.000,00 euro. De toepassing van deze minimum belastbare grondslag was evenwel enkel mogelijk doordat de aangifte als laattijdig werd gekwalificeerd.

 

 

Overeenkomstig artikel 308 WIB 1992 is de uiterlijke dag voor de indiening van de aangifte de dag die op het aangifteformulier wordt vermeld.  Deze dag van uiterlijke aangifte wordt echter niet door de wet of enig koninklijk besluit bepaald. Het is de Administratie zelf die deze dag bepaalt.

 

 

Voor belastingplichtigen die zelf hun aangifte op papier indienen, voor belastingplichtigen die zelf hun aangifte via tax-on-web indienen en voor belastingplichtigen die hun aangifte door tussenkomst van een mandataris via tax-on-web laten indienen, geldt telkens een andere termijn, zoals bepaald door de Administratie. Specifiek voor aanslagjaar 2011 hadden de mandatarissen die via tax-on-web een elektronische aangifte indienden tijd voor indiening tot 31 oktober 2011, nadien nog verlengd tot 30 november 2011.  De termijn om een papieren aangifte in te dienen, verstreek daarentegen op 30 juni 2011. 

 

 

HCGB Advocaten kon het Hof van Beroep te Antwerpen (Antwerpen 14 februari 2017, 2015/AR/1375) overtuigen dat de aangifte van de belastingplichtige als tijdig ingediend moest worden beschouwd. Het Hof oordeelde dat er een verschil bestaat wat betreft de aangiftetermijn tussen een aangifte die op papier wordt ingediend en een aangifte die door een mandataris via tax-on-web wordt ingediend, zonder dat hiervoor een wettelijke grondslag bestaat.

 

 

Het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen werd om technische redenen bevestigd door het Hof van Cassatie (Cass. 2 januari 2020, F.18.0113.N).

 

Willy Huber en Kim Jans