Bv cvba HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

Uitkering door Liechtensteinse Stiftung: de Rechtbank bevestigt de voorafgaande beslissing van Vlabel

Op 27 juni 2016 besliste Vlabel (voorafgaande beslissing nr. 16025 – Liechtensteinse “stiftung” – gepubliceerd op 29 juli 2016) dat de uitkering door een Liechtensteinse stichting na het overlijden van de oprichter, belastbaar is in de erfbelasting op grond van art. 2.7.1.0.6 VCF. Het argument was dat er een overeenkomst bestond en dat er geen discretionaire bevoegdheid was in hoofde van de stichting omdat de begunstigden waren benoemd in een huishoudelijk reglement.

 

Het geschil werd later voorgelegd aan de Rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent die op 3 juni 2019 Vlabel in het gelijk stelde (A.R. 18/331/A – samenvatting gepubliceerd op de website van Vlabel). De argumenten zijn ook dezelfde als in de voorafgaande beslissing : geen discretionaire bevoegdheid in hoofde van de stichting om de begunstigden aan te wijzen omdat de begunstigden reeds aangesteld waren in het huishoudelijk reglement dat uitging van de economische oprichter. Daarnaast bestaat er volgens de Rechtbank ook een “contract” in de zin van art. 2.7.1.0.6 VCF.

 

Niet duidelijk is echter over welk “contract” het gaat: 1) het lastgevingscontract tussen de economische oprichter en de mandataris die de stichting formeel heeft opgericht; 2) het huishoudelijk reglement (“side letter” of “letter of wishes”); 3) de oprichting van de stichting als dusdanig?

 

Het contract sub 1) heeft uiteraard niets te maken met het contract bedoeld in art. 2.7.1.0.6 VCF.

 

Het contract sub 2) is meestal geen contract maar een “wens” die juridisch niet verbindend is; bovendien is deze wens het “derdenbeding” zelf, maar niet het onderliggend contract waarop het derdenbeding is geënt.

 

Het contract sub 3) is geen contract, daar de oprichting van een Liechtensteinse Stiftung een eenzijdige rechtshandeling is.

 

Kortom, er is geen contract in de zin van art. 2.7.1.0.6 VCF en er is geen erfbelasting verschuldigd.

 

 

N. Geelhand de Merxem