Bv HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

Kanscontract na overstap naar scheiding van goederen toch geen fiscaal misbruik?

In een voorafgaande beslissing nr. 20025 van 8 juni 2020 (“wijziging huwstelsel – kanscontract”) gepubliceerd op de website van Vlabel op 7 augustus 2020, stelt Vlabel dat de combinatie van enerzijds de overstap van een gemeenschapsstelsel naar een stelsel van scheiding van goederen en anderzijds het afsluiten van een kanscontract met betrekking tot de eigen geworden goederen, geen fiscaal misbruik uitmaakt.

 

In casu zijn de twee echtgenoten gehuwd onder het wettelijk stelsel bij gebrek aan huwelijkscontract. Zij hebben geen kinderen. Hun leeftijd wordt niet vermeld. Zij hebben hun fiscale woonplaats in het Vlaams Gewest sedert meer dan 5 jaar. Het gemeenschappelijk vermogen bevat o.a. diverse spaarrekeningen en beleggingsportefeuilles, de aandelen van de BVBA en de gezinswoning.

 

De bedoeling is over te stappen naar een zuivere scheiding van goederen (met voorafgaande vereffening van het stelsel i.h.b. de vergoedingsrekeningen). Sommige goederen worden verdeeld, andere (gezinswoning) niet.  Vervolgens willen de echtgenoten een kanscontract opmaken met betrekking tot bepaalde roerende goederen en een beding van aanwas met betrekking tot de gezinswoning.

 

Vlabel stelt vast dat er in de twee gevallen sprake is van een gelijkaardige levensverwachting en van een gelijkwaardig inleg en derhalve dat het om contracten onder bezwarende titel gaat.

 

Wat de toepassing van art. 3.17.0.0.2 VCF betreft, verklaart Vlabel letterlijk wat volgt:

 

60. De voorgenomen verrichting maakt in principe geen fiscaal misbruik uit in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF aangezien er ook niet-fiscale motieven (zie randnummers 23-40) aan de contracten ten grondslag liggen die voldoende opwegen tegen de fiscale motieven en tenzij uit de feiten blijkt dat de kansen uiteindelijk niet gelijkwaardig waren omdat één van de partijen kort na het sluiten van de contracten niet onverwacht is komen te overlijden. Partijen hebben met de voorgenomen verrichting ook voorzien in een coherent en consequent geheel, zowel voor de roerende goederen als voor het onroerend goed (eigen klemtoon).

 

Uit deze uitspraak kan men afleiden dat:

 

1/ er sprake is van fiscaal misbruik;

 

2/ er voldoende zwaarwegende en niet-fiscale motieven zijn om dit misbruik te rechtvaardigen;

 

3/ het consequent toepassen van een zelfde techniek voor de roerende goederen (onbelast) en voor de onroerende goederen (belast) relevant is.

 

Juridisch technisch zijn er een aantal bedenkingen.

 

Vlabel moet eerst aantonen dat door middel van de voorgestelde techniek de aanvrager een besparing van een VCF-belasting beoogt, zich buiten het toepassingsgebied van een bepaling van de VCF plaatst, en dat dit gebeurt in strijd met de doelstellingen van deze bepaling. Pas dan is er sprake van  een fiscaal misbruik en van de verplichting van de aanvragers om niet-fiscale motieven aan te halen. Andermaal blijkt uit de beslissing niet welke bepaling van de VCF ontweken wordt en, a fortiori, of dit geschiedt in strijd met de doelstellingen van deze bepaling. Op dit punt is de beslissing onwettig en in strijd met het legaliteitsbeginsel.

 

De niet fiscale motieven die volgens Vlabel voldoende opwegen tegen de fiscale motieven zijn (zie nrs. 23-33 van de beslissing) de volgende:

 

  • Vermijden dat het familievermogen vermengd wordt met goederen van het gemeenschappelijk vermogen, zowel voor het verleden (opmaken van een vergoedingsrekening), als voor de toekomst;
  • Bescherming tegen toekomstige beroepsschulden;
  • Veilig stellen van het vermogen van de echtgenote tegen het beroepsrisico van de echtgenoot (voor de toekomst);
  • Bereiken dat elke echtgenoot zijn vermogen in de toekomst autonoom kan besturen.

 

Voor het kanscontract en het beding van aanwas hadden de aanvragers ook niet-fiscale motieven aangehaald (nrs. 34-40), met name:

 

  • Garanderen van de levenskwaliteit en levensstandaard van de langstlevende zonder aan flexibiliteit in te boeten;
  • Vermijden dat de verdere bloedverwanten de blote eigendom zullen verwerven en ervoor zorgen dat de langstlevende volle eigendom bekomt (anders dan bij de wettelijke devolutie);
  • Een niet eenzijdig opzegbare overdracht realiseren (anders dan bij testament en schenking);
  • Een eigen bestuur en een bescherming in natura van de echtgenoten bekomen (anders dan bij een finaal verrekenbeding en een TIGV).

 

Deze beslissing is interessant omdat ze ook zou kunnen worden toegepast voor alle echtgenoten (zonder kinderen en a fortiori met kinderen) van wie minstens één van zijn ouders heeft geërfd en een (risicovolle) beroepsactiviteit uitoefent.

 

De laatste zin van de beslissing (“Partijen hebben met de voorgenomen verrichting ook voorzien in een coherent en consequent geheel, zowel voor de roerende goederen als voor het onroerend goed”) intrigeert. Wat wil Vlabel daarmee zeggen? Dat men de bluts met de buil moet nemen? Reeds eerder besliste Vlabel dat het uitsluiten van de gezinswoning bij een beding van toebedeling van alle onverdeeldheden, een fiscaal misbruik uitmaakt (VB 20009), blijkaar wegens niet consequent. Maar dat staat niet in art. 3.17.0.0.2 VCF dat strikt moet worden toegepast. De belastingplichtige heeft het recht de minst belaste weg te kiezen en hij mag dat voor  elk goed van zijn vermogen apart doen. Het enige wat hij niet mag doen is fiscaal misbruik plegen. Maar dat moet Vlabel dan eerst bewijzen, wat zij niet doet.

 

Het is ook niet aan Vlabel om te beslissen of de aanvragers alles samen genomen, wel voldoende VCF-belasting betalen (in casu 10% op de helft van de waarde van de gezinswoning).

 

Kortom, Vlabel doet andermaal niet wat zij moet doen (de toepassingsvoorwaarden van fiscaal misbruik naleven) en matigt zich bevoegdheden aan die zij niet heeft (bepalen of er voldoende VCF-belasting is betaald).

 

Nicolas Geelhand de  Merxem