Bv cvba HCGB Advocaten • Amerikalei 215, 2000 Antwerpen • T + 32 3 259 09 59 • F + 32 3 237 60 36 • 

Terug naar het overzicht

De oude bedingen van aanwas met betrekking tot roerende goederen : dan toch niet retroactief als schenkingen gekwalificeerd?

In de voorafgaande beslissing met nummer 19013 en met datum van 27 mei 2019, op de website van Vlabel verschenen op 20 juni ll. (onder de titel “Beding van aanwas”), staat het volgende:

 

 “22. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing, kan worden besloten dat bij gebrek aan gelijkwaardige inleg het in casu niet om een kanscontract ten bezwarende titel gaat” (eigen klemtoon).

 

16. (…) Het standpunt 17044 van 19 september 2018 van de Vlaamse Belastingdienst verwoordt algemene principes aanvaard in de rechtspraak en rechtsleer waardoor de redenering ook in dit geval kan worden gevolgd ook al is het contract gesloten voor de publicatie van vermeld standpunt”(eigen klemtoon).

 

In casu ging het om een aanwascontract afgesloten in 2013, lang voor de voorafgaande beslissing nr. 17044 die de “correctie van het leeftijdsverschil aan de hand van een ongelijke inleg” thans niet meer (fiscaal) aanvaardt.

 

Kortom, de beslissing past het standpunt nr. 17044, dat op 29 januari en op 19 september 2018 (aanpassing) gepubliceerd werd, toe op een beding van aanwas dat door twee echtgenoten werd afgesloten in 2013. Deze beslissing is in strijd met het (bijzonder) temporeel aanknopingspunt dat dient toegepast te worden bij invoering van strengere fictiebepalingen,  onweerlegbare vermoedens en toepassingen van fiscaal misbruik. Wanneer een gedragsregel (wet, decreet, standpunt) iets belastbaar stelt dat vóór de publicatie ervan niet belastbaar was, mag die regel niet toegepast worden op rechtshandelingen die vóór deze publicatie (en dus in de onwetendheid van de belastbaarheid ervan) gesteld werden[1].

 

Is men het niet eens met deze moderne theorie, dan impliceert de beslissing van Vlabel een retroactieve toepassing die verboden is door art. 1 B.W. (oud art. 2 B.W.) en die strijdig is met het niet-retroactiviteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel.  

De belastingplichtige heeft het fundamenteel recht, alvorens een rechtshandeling te stellen, te weten of die rechtshandeling een schenking is of niet, en derhalve of die rechtshandeling onder de erfbelasting valt of niet (in casu art. 2.7.1.0.3, 3° VCF).

Dit fundamenteel recht wordt hier miskend.

Alle vroegere bedingen van aanwas waarin een correctie aan de inleg werd aangebracht om het aleatoir en dus bezwarend karakter ervan te onderstrepen, worden thans, retroactief, omgezet in overdrachten die belastbaar zijn in de erfbelasting.

 

Vlabel wil deze retroactieve toepassing blijkbaar rechtvaardigen door te stellen dat het standpunt nummer 17044 algemene principes verwoordt die in de rechtspraak en rechtsleer aanvaard waren “waardoor de redenering ook in dit geval kan worden gevolgd ook al is het contract gesloten voor de publicatie van vermeld standpunt”.

Dit is een drogreden.

Het is helemaal niet zo dat het verbod van correctie van een ongelijke levensverwachting vroeger algemeen aanvaard werd, integendeel. Het is precies de praktijk van de correctie die algemeen aanvaard werd.

 

De voorafgaande beslissing is eveneens in strijd met de door de Administrateur-Generaal van Vlabel gedane belofte dat standpunten voortaan niet zouden toegepast worden op bestaande successieplanningen. In een artikel in De Tijd van de hand van N. Bollen op 28 april 2017 wordt verslag uitgebracht over een gesprek met de administrateur-generaal bij Vlabel. De heer Van Herreweghe zou het volgende gezegd hebben: “Voortaan gelden nieuwe standpunten systematisch enkel voor nieuwe planningen, niet voor al gemaakte planningen. De erfenis van wie overlijdt na de bekendmaking van het ‘standpunt’ wordt belast op de ‘oude’ wijze als de erfgenamen kunnen aantonen dat de planning voor die datum werd opgemaakt. Op die manier willen we rechtszekerheid bieden door vast te leggen dat de regels niet wijzigen eens een planning gemaakt is”.

Dat blijkt thans duidelijk een loze belofte te zijn geweest.

 

De voorafgaande beslissing is ten slotte ook in strijd met de informele toezeggingen die kort na het publiceren van het standpunt zouden gedaan zijn.[2]

 

Op 8 juli ll. liet Vlabel evenwel weten dat zij de onderhavige voorafgaande beslissing met betrekking tot de toepassing ervan op oude bedingen van aanwas, zal intrekken en zal vervangen door een anders luidende voorafgaande beslissing.

 

Nicolas Geelhand de Merxem

 

[1] Zie daarover mijn betoog “De toepassing in de tijd van nieuwe en strengere fictiebepalingen”, Not.Fisc.M. 2016/3, 87 e.v.

[2] Blijkbaar zijn er twee categorieën “beslissers” bij Vlabel: de gematigden (juristen) en de “hardliners” die weinig respect hebben voor fundamentele rechtsbeginselen zoals het niet-retroactiviteitsbeginsel.